Molen geschiedenis

250 JAAR MOLEN 'DE VALK'

Research: dr. Piet Schiereck. Tekst: Hans Ferrée

1753 - 2003: 250 bewogen jaren

Willem IVWe schrijven 1753. De Friese stadhouder Willem IV, prins van Nassau en Oranje, die als eerste tot stadhouder werd benoemd van alle zeven gewesten van de de Republiek der Verenigde Nederlanden, was 2 jaar dood en opgevolgd door zijn zoon Willem V (De vader van Willem IV, Jan de Oude, is de stamvader van ons koningshuis, maar dit terzijde.) Het was rustig in de Nederlanden. Onze wereldheerschappij ter zee was overgenomen door de Engelsen. Het vergaren van onmetelijke rijkdommen door onze handelaren had een flinke knauw gekregen door de concurrentie van andere landen.

Tijd om de blik naar binnen te richten. Zo ook in Montfoort.In dat jaar bouwt Hendrik van Utenhove, burgemeester van Montfoort en Heer van Heeswijk, op de stadswal de achtkantige molen die tot op vandaag zo beeldbepalend is voor onze Willem Vgemeente. Een bovenkruier was voor die tijd betrekkelijk nieuw. Robuuster dan andere typen molens, makkelijker op de wind te zetten, ruimer van binnen en met een grotere maalcapaciteit. En daar was het Hendrik natuurlijk om begonnen. Want zijn grote molen was een  DWANGMOLEN.

Moeten is dwang...

Het bezit van een molen was in die tijd een soort goudmijn. De eigenaar was doorgaans een hoge heer, die van een nog hogere heer twee bijzondere (heerlijke) rechten kreeg. Tegen betaling, natuurlijk. Het eerste recht was het windrecht. Je kunt het je vandaag de dag niet voorstellen, want de wind is het enige 'product' dat voor iedereen gratis is. Maar in die tijd, en eeuwen daarvoor, hing er aan wind een prijskaartje. Wind was namelijk de energiebron voor al die duizenden molens in ons land. En zoals de huidige overheid op energiebronnen als benzine een fikse accijns heft, zo deed de toenmalige overheid dat op de wind. Pas in 1798, toen Nederland bezet was door de Fransen die met hun revolutie in eigen land de eerste democratie hadden gevestigd, en ons land de Bataafsche Republiek ging heten, werd dat windrecht van de hoge heren afgeschaft.

Het tweede recht dat de eigenaar van de molen kon kopen was het dwangrecht. Dat betekende dat iedereen, boeren, bakkers, enzovoort, iets te malen had, gedwongen werd dat bij die ene molen 'Ie laten doen. Dat dwangrecht van Hendrik betrof niet alleen de inwoners van zelf, maar ook alle buurtschappen er omheen. Hendrik had het absolute monopolie, en wee degene die gesnapt werd als hij zijn graan bij een andere molen aanbood. Daar stond boete en zelfs gevangenschap op.

Alles draaide om geld

Dat de molenaar betaald werd voor zijn arbeid door de mensen die graan om te malen aanboden, spreekt vanzelf. Alleen verschilden de 'tarieven' nogal. De molenaar werd namelijk betaald in natura. Hij mocht uit elke meelzak een schep nemen voor zichzelf. Echter, hoe groot was die schep? Daar viel over te twisten en dat werd ook driftig gedaan. Maar de molenaar was ook om andere reden niet geliefd. Hij moest namelijk optreden als belastingontvanger. Over alles wat bij hem gemalen werd moest 'impost' worden betaald, een soort btw zou je kunnen zeggen. Ook hierbij kon natuurlijk gesjoemeld worden. Ach ja, de verleiding Ie frauderen is van alle tijden. Voor zijn rol als tollenaar kreeg de molenaar wel een vergoeding. Uit de archieven blijkt bijvoorbeeld dat molenaar Jan van Berkestein in 1789 van het stadsbestuur 6 gulden kreeg over een periode van drie maanden voor de opgave van de hoeveelheden die hij in die periode had gemalen.

Fig 03

Molenaars op de vuist

Het monopolie van Hendrik betrof uitsluitend het malen van het meest gangbare product: graan. Er was voor anderen dus wel toestemming om bijvoorbeeld in een zogeheten grutmolen boekweit tot grutten te malen, of in een pelmolen gerst tot gort. Of om met een rosmolen (aangedreven door een paard) olie te persen. Van dit soort molens hebben er enkele in Montfoort gestaan. Maar toen een van die molens door de eigenaar, kasteelbewoner Gobius, in 1812 verkocht werd aan molenaar Johannes Sieverts wilde deze ook graan gaan malen. Hel windrecht was dan wel afgeschaft, maar het dwangrecht nog niet. Daarom kreeg Sieverts van de Staten van Utrecht geen toestemming. Dat besluit werd door aanplakking bekend gemaakt met de vermelding dat eenieder verplicht was zijn koren te laten malen bij 'De Valk'. Maar stiekem maalde Sieverts toch tarwe, want waarschijnlijk deed hij dat tegen een lagere prijs dan de monopolist.

Concurrentie is nu eenmaal altijd in het voordeel van de klant Toch bleef dat illegale malen van Sieverts niet geheim en dat leidde tot hevige botsingen tussen de eigenaren van de twee molens. 'De Valk' was toen in het bezit van Johan Wilhelm Montandon. die in 1800 de molen gekocht had van Johanna Hermina, douarière van Utenhove Bottestein, kleindochter van Hendrik.

Pas in 1822 kwam er een einde aan het gekrakeel tussen de eigenaren en molenaars door een besluit van Koning Willem I die het dwangrecht afschafte en Sieverts de vrijheid gaf om te malen wat hij wilde.

Waar komt de naam vandaan?

Eerlijk gezegd moeten we daar naar gissen. De eerdergenoemde Gobius, pachtheer van molenaar Sieverts, was getrouwd met jonkvrouwe Margaretha Falck. Zij werd in 1785 weduwe. In 1808 wordt er bij de eigenaar van de (toen nog naamloze?) molen, de reeds genoemde Montandon, een dochter geboren. Daarbij was een doopgetuige van de familie Falck. Zou Montandon daarom de molen 'De Valk' hebben genoemd? Maar de naam van de molen kan ook berusten op associaties met de wind, en waar denk je dan al gauw aan? Aan vogels. Er stonden en slaan in Nederland heel wat molens met namen van vogels en waarom dan niet de stoere valk die toen nog veel gebruikt werd bij de jacht. Ach ja, zo gaat dat.

Van hand tot hand

Fig 04Het moge duidelijk zijn dat na de afschaffing van het wind- en dwang- recht, de concurrentie in de molenwereld goed op gang kwam. Velen wilden een graantje meepikken, een uitdrukking die misschien wel uit die tijd dateert. Daarom zag eigenaar Montandon geen brood meer in 'De Valk' en verkocht hem aan Izak Stalenhoef. Die, op zijn beurt, verkocht de molen in 1853 aan Jan van Nieuwendijk. Blijkbaar. leverde het malen van tarwe minder op dan hij verwacht had, want al in 1858 komt 'De Valk' in handen van Johannes van Wichen, korenmolenaar uit Harmelen. Maar niet voor lang, want in 1866 wordt Jan Bos de nieuwe eigenaar. Dan komt Willem de Jong in het bezit van 'De Valk'. Willem sterft in 1884 en zijn nazaten houden de zaak nog draaiende tol 1897 wanneer Nicolaas van der Horst de molen koopt. Deze Nicolaas woonde aan de Lieve Vrouwengracht en had 10 kinderen die allemaal met het molenaarsleven Ie maken kregen. Zijn dochters trouwden met molenaars, en zijn zonen waren eerst knecht op 'De Valk' en gingen later elders als molenaar werken. Na het overlijden van Van der Horst in 1906 liet zijn weduwe in 1907 de molen veilen. Gijsbert Johannes van Dijk kwam in het bezit van 'De Valk' en verkocht hem vervolgens aan Petrus van Rijn.

Van achterstallig onderhoud tot verval

In de loop der jaren werd er nauwelijks geïnvesteerd in onderhoud van de molen, want daarvoor werd er ook Ie weinig verdiend. Het ambachtelijk malen van graan was steeds meer vervangen door industrieel malen en overal in Nederland verloren molens hun functie. Ook 'De Valk' stond jaren stil en dreigde hetzelfde lot te krijgen als duizenden andere molens in ons land die als zielige monumenten van een vervlogen tijdperk in elkaar stonden te zakken. Zo verkocht Van Rijn in 1944 de molen aan ene Bos die 'De Valk' gebruikt als stal voor zijn varkens - wat een afgang voor die eens zo majestueuze bovenkruier! In de Jaren 50 van de vorige eeuw leek het er op dat, kort voor het 200-jarig bestaan, er een roemloos einde zou komen aan 'De Valk', namelijk slopen, Een groot deel van de bedekking van de molen was weg, waardoor wind en regen vrij spel hadden. Maar toen de nood op z’n hoogst was, kwam de redding nabij.

André Versteegen: postuum bedankt!

Fig 05De (naar later bleek: voorlopige) redding kwam van de plaatselijke aannemer/projectontwikkelaar André Versteegen. Die was tevens bestuurslid van de plaatselijke VVV en kon het niet aanzien dat zo’n beeldbepalend monument als 'De Valk' uit Montfoort zou verdwijnen. Hij kocht de molen en pakte met verve de restauratie aan. Met dien verstande dat hel productiegedeelte uit het interieur werd verwijderd om plaats te maken voor woonhuis en kantoor. Malen was er dus niet meer bij, maar het pittoreske exterieur werd mooi hersteld. Het 'plaatje' op de oude stadswal was weer een genot om te zien. Toch bleek dat zelfs voor een welgesteld iemand als Versteegen de instandhouding van zo'n grote molen een te ambitieuze opgave was. Omdat er inmiddels in ons land allerwegen interesse was ontstaan voor behoud van het erfgoed dat zo typerend is voor Nederland, de molens, werd in samenwerking met de Gemeente Montfoort in 1984 de molen verkocht aan de Stichting 'De Utrechtse Molens'.

'Help! De molen valt bijna om!

Met hulp van deskundigen uit de molenwereld werd een plan voor een grondige restauratie opgesteld, met een begroting van de kosten. Om die Ie dekken werd een subsidieaanvraag ingediend. Omdat, zoals bekend, ambtelijke molens niet zo snel draaien, werd in afwachting van de subsidie toezegging, in 1985 de staart van de molen verwijderd en in 1986 werden de beide roeden er uit gehaald. Die gewichtsvermindering was nodig omdat de hele molen steeds meer naar een kant aan het verzakken was. En dal zou een gevaar kunnen opleveren voor het verkeer op de Provincialeweg. _Het is trouwens niet ondenkbaar dat de enorme toename van dat verkeer het verzakken van de molen heeft bevorderd. Een andere oorzaak kan zijn dat er grondverzakking heeft plaatsgevonden nadat grote benzinetanks van hel naastgelegen Autobedrijf De Reuver waren verwijderd.

Een archeologische verrassing

Het eerste herstel dat werd aangepakt toen in 1986 de subsidiekraan van een geheel nieuwe fundatie. werd opengezet, betrof het aanbrengen Een technisch huzarenstukje, want de 'molen kon niet eventjes verplaatst worden om een 50 cm dikke plaat van gewapend beton te storten. Wal wel gedaan werd was de hele gelijkvloerse ruimte van de molen een halve meter diep uitgraven. Daarbij stuitten de arbeiders op een verrassende vondst, namelijk het fundament van een standerdmolen, die op deze plaats gestaan had voordat 'de Valk' werd gebouwd. Een leuke kick voor de molenhistorici, die natuurlijk direct in oude archieven doken en te weten kwamen dat er reeds in 1432 sprake was van deze voorloper van 'De Valk'. Het was een dwangmolen, in het bezit van de Burggraven van Montfoort.

Als u enigszins thuis bent in 'het ontcijferen van middeleeuws Nederlands, dan kunt u lezen dat op plakkaten in de kerken van Montfoort en omgeving toen streng bepaald was dat uitsluitend in deze molen graan gemalen mocht worden.

Terug naar de restauratie

Toen de fundatie van die middeleeuwse standerdmolen nauwkeurig in kaart was gebracht, werd er die halve meter dikke plaat van gewapend beton op gestort, waar de dikke muren van de achtkantige molen aan verankerd werden. In deze vloer werden tien insparingen gehouden waardoor pijpen met een diameter van 27 cm tot een diepte van 15 meter de grond in werden Fig 06geperst. Daarna werden deze pijpen volgestort met beton en werd op elke paal 50 ton druk gezel, waarna de palen met de vloer werden verbonden. De hele molen rust dus nu, via de betonvloer, op die tien palen die samen 500 ton kunnen dragen. Scheefzakken is er dus niet meer maar helemaal horizontaal heeft men de molen niet opgekrikt, want dat zou het woonhuis waarschijnlijk niet overleven.

Na deze reddingsactie voor het fundament, kwam deel twee van de restauratie aan bod. Oppervlakkig gezien zag het exterieur van 'De Valk' er redelijk goed uit. In ieder geval goed genoeg voor een romantische ansichtkaart. Maar de deskundigen van 'De Utrechtse Molens' begrepen dat een aardig decor wel voldoet bij de Opera, maar niet bestand is tegen de elementen van het genadeloze buitenleven. Daarom moest de in slechte slaat verkerende kap er af, en dat gebeurde op 22 februari 1988. Een spectaculaire operatie, met een heel grote en zware kraan, want die kap bestaat niet alleen uit een loze 'muts', maar er hangt van alles aan. Zoals iedereen weet die in een oud huis aan het verbouwen gaat, bij het herstellen van het een, kom je vaak iets anders tegen dat ook nodig vernieuwd moet worden. Zo'n tegenslag trof ook de restauratie van 'De Valk' en dat betekende extra vertraging en hogere kosten. Maar tegenslagen zijn er om overwonnen te worden, en zo kon op 24 juni 1988, onder grote publieke belangstelling, de nieuwe kap op de molen geplaatst worden.

Draaien is mooi, malen nog beter

Vergeleken bij het spectaculaire werk met een reusachtige kraan, was de verdere afwerking van de buitenkant een kwestie van goed vakmanschap. Zoals het aanbrengen van een nieuwe rietvacht op het achtkant, waarmee de rietdekker op I december klaar was. En toen brak het spannende moment aan van proefdraaien. Doet-ie het of doet-ie het niet? Natuurlijk deed hij het, na een investering van zoveel vakmanschap. En toen de nieuwe zeilen aan de wieken waren gezet, was het feest. Montfoort had 'De Valk' in volle glorie terug. En na een 'interim- periode' met molenaars Henk van Houweling en Martie Gouma, wordt de molen sinds begin 1998 bemand door een echte 'molengek' die de wieken liefst dagelijks laat draaien. Nu eens versierd met vlaggetjes, dan weer met  kerstbomen, nu eens helemaal gepavoiseerd met honderden lampjes en  zelfs recentelijk met protestborden toen de hoogte van de nieuwe supermarkt dreigde hem de wind uil de zeilen te nemen. Eind goed, al goed. Maar nog niet helemaal. Het is de wens van Stichting 'De Utrechtse Molens’ dat ook het innerlijk van de molen weer geschikt gemaakt wordt voor pellen en malen. Zodat straks boeren, burgers en buitenlui hier hun milieuvriendelijke ambachtelijke meelsoorten kunnen kopen, zoals dat op enkele plaatsen in Nederland al gebeurt.

Nieuw: Stichting Molen 'De Valk'

Om deze laatste fase in de hergeboorte van 'De Valk' te kunnen realiseren, hebben enkele inwoners van Montfoort, met een startsubsidie van de Rabobank, een stichting opgericht met als doel de molen niet alleen te beschouwen als een folkloristische attractie, maar hem ook weer productief te laten zijn. Daarom heeft de stichting het 250-jarig bestaan van 'De Valk' aangegrepen om dit doel wereldkundig te maken en vrienden/donateurs te werven.