Het kruiwerk

Een molen kan alleen maar goed draaien als hij ‘op de wind staat’. Dat betekent dat de kap van Molen de Valk zo gedraaid moet worden dat de wieken in de richting van de wind staan. Dit op de wind zetten doe je met het kruiwerk.

Het kruiwerk

Een molen kan alleen maar goed draaien als hij ‘op de wind staat’. Dat betekent dat de kap van Molen de Valk zo gedraaid moet worden dat de wieken in de richting van de wind staan  (en de staart uit de wind). Waar de wind vandaan komt kan lastig zijn als er weining wind is. Als steun voor de molenaar is er achter op de kap een vlaggenmast gezet met een wimpel       er aan. En daar bovenop staat ook nog een windvaan

 KW 01

de vangstok, de windvaan en de wimpel

De molenaar moet gaan kruien, de molen op de wind zetten. Nu hoeft hij gelukkig niet de hele molen op de wind te zetten. Molen de Valk is een bovenkruier, wat inhoudt dat hij alleen de kap van de molen hoeft te verdraaien. Nu weegt die kap met alles erop en eraan  ook wel een  ton of 15. Om zo’n gewicht te kruien zijn een aantal hefbomen nodig.

 KW 02KW 03

        schema van het kruiwerk onder aan de staart         het Montfoortse kruirad

Het instrument voor de molenaar is het kruirad. Met grote uitstekende spaken kan hij een ketting opwinden op de relatief dunne as. Voor deze as is een gat in de staartbalk gemaakt. Aan het einde van de ketting zit een haak, die hij aan een balk van de stelling haakt. Zo trekt hij met het kruirad de staartbalk naar de haak toe.

Aan de staartbalk zitten een paar schuin naar boven lopende schoren: de korte en de lange schoren. Die zijn verbonden aan 2 balken die dwars door de kap van de molen gaan. Aan de voorzijde zit de lange spruit, verbonden met de 2 lange schoren, aan de achterzijde de korte spruit, verbonden met de korte schoren. Zo ontstaat er een stevig frame om de kap rond te draaien.

 KW 04

de spruiten in de kap, de schoren aan de staartbalk, de kuip

De kap ligt los op de bovenkant van het molenhuis. Deze bovenkant heet het boventafelement. De onderkant van de kap is een grote houten ring, de overring.

Tussen het boventafelement en de overring  ligt de rollenwagen, een groot houten lager met konische houten en gietijzeren rollen. Al in de 16de eeuw wist men dat iets op rolletjes makkelijker te verplaatsen is.

De kap moet natuurlijk wel op de molen blijven liggen. Om het eraf schuiven te voorkomen is er op het boventafelement een rand rond de kruivloer aangebracht. Deze bestaat uit een houten ring met aan de buitenzijde een dikke metalen band. Deze kuip zorgt ervoor dat de kap

KW 05 KW 06

stukje van de kuip met een kuipneut,             schema van het rollenkruiwerk

niet afschuift tijdens het kruien, en door de neuten die er in zijn aangebracht, ook gecentreerd blijft.  Maar dan schuift de overring tegen de neuten van de kuip. Om het schuiven van houten delen langs elkaar wat soepeler te laten verlopen, wordt er een laag reuzel op de overring gesmeerd. Dat vermindert de schuifweerstand aanzienlijk.

En om het rollen  nog soepeler te laten verlopen zijn onder de overring en op de kruivloer op het boventafelement metalen banden gemonteerd. Zo wordt de druk van de kap opgevangen door 32 rollen. Het komt wel eens voor dat een rol stuk gaat. Om dat te kunnen repareren

een stukje van de rollenwagen met houten en gietijzeren rollen en met de rollensluis (ring)

zonder de kap op te hoeven takelen heeft men in de kruivloer  op het boventafelement een rollensluis gemaakt. Dat is een los stuk hout van de vloer dat er uit getrokken kan worden. Als er een (kapotte) rol boven dat gat ligt, trekt men de as van de rol eruit, zodat de rol in het sluisgat valt. Dit is groot genoeg om de rol onder de wagen weg te halen en een nieuwe rol er in te zetten.

                       

het kruirad, de bezetketting en de kruiketting

Als de molenaar de wieken in de juiste windrichting heeft staan, zet hij een tweede ketting, de bezetketting, uit aan de andere zijde van de staart dan de kruiketting, Door nu de kruiketting

aan te spannen  en het kruiwiel met een spaakketting te blokkeren, staat de kap gefixeerd. Dat is noodzakelijk. Want de kap heeft de neiging om bij het draaien van het wiekenkruis  en zeker als er ook nog gemalen wordt, rechtsom te lopen, waardoor de kap uiteindelijk achterstevoren komt te staan. En dat mag nooit gebeuren!          

Om diezelfde reden moet de molen stil worden gezet als er gekruid  (‘gekrooien’) moet worden. De kettingen worden immers los gemaakt en de staart staat dan niet geblokkeerd. Bij een draaiende molen die makkelijk kruit, zal dat dan ook problemen geven.